Wat is jouw Purpose?

De Blinde en de Jager

 

 

Hij was een geweldige jager. Zijn naam was Jafari. Hij woonde in het noorden van Zuid-Afrika. En hoewel hij klein was, was hij razendsnel. Maar op een dag werd hij toegetakeld door een bloeddorstige leeuw en hij werd blind. Zijn wereld stortte in elkaar en een periode van rouw brak aan. Gelukkig had hij een geweldige zus. Ze heette Hamida en ze zorgde heel goed voor hem. Hamida maakte heerlijk eten. Ze nam hem mee langs de rivier en in de heuvels. Ze vertelde hem de nieuwtjes van het dorp en ze praatte met hem.

En toen op een dag, na een paar maanden ontdekte Jafari een kwaliteit die hem
verraste. Nu wist hij dat hij goed kon luisteren maar op een dag kwamen er mensen bij hem. Ze begonnen te praten over hun problemen. Jafari luisterde en stelde bijzonder goede vragen. De mensen gingen naar huis.  ‘Jafari, je hebt me zo goed geholpen. Hoe kun je dat zo goed?’
‘Omdat ik zie met mijn oren.’

De mensen van zijn dorp bleven komen. ‘Jafari, ik heb een probleem.’ ‘Jafari, ik heb een vraag.’ En Jafari luisterde en stelde goede vragen. Op een dag werd zijn zus Hamida verliefd op een beroemde jager: Mongo. Mongo was oersterk en heel gespierd.
Ze trouwden. Het was een geweldig feest. Nu leefden ze met zijn drieën in een hut. Mongo, de jager, kwam elke dag thuis met vlees. Zelfs de mensen van het dorp profiteerden van zijn vaardigheden als jager. Hij was populair: ‘Mongo, Mongo, Mongo.’ Af en toe keek Mongo naar de blinde Jafari. (geringschattend) ‘Een man zonder ogen? Wat heb je daar nu aan? Niets’. En hij spuugde op de grond.

Op een dag zitten ze met z’n drieën bij elkaar en eten zwijgend tot Jafari een vraag stelt. ‘Mongo, mag ik mee op jacht?’ ‘Haha. Jou meenemen, Jafari? Wat heb ik aan jou? Wat heb je aan een mens zonder ogen in zijn hoofd?’ Jafari geeft het niet zo snel op. ‘Mongo, vandaag mag ik toch wel mee op jacht?’ ‘Nee, Jafari. Nee.’ Het verbaast hem wel dat de mensen hem met respect behandelen, hem vragen om advies. Onbegrijpelijk. Aan een blinde heb je toch niets.’

Op een stralende dag komt Mongo thuis met een gazelle. Hamida is uren bezig om ‘m te bereiden. Het wordt een voortreffelijke maaltijd. Mongo is zeer tevreden. Alles is verrukkelijk. Ook het bier is goed. Jafari voelt het. ‘Dit is het goede moment. Mongo, mag ik mee op jacht?’ ‘Jij geeft ook nooit op. Vooruit dan maar, omdat je zus zo goed kan koken.’
Heel vroeg in de ochtend, als de zon net op gaat, lopen ze het dorp uit. De blinde Jafari houdt de hand vast van de jager. Mongo leidt hem het bos in over het pad. Mongo vindt het maar niks. ‘Wat heeft dit voor zin?’ Hij wil rennen, jagen. Ze lopen een paar uur. Plotseling tikt Jafari de jager op zijn hand. ‘Hé, Mongo, er is hier een leeuw in de buurt, maar het is o.k. Hij heeft net gegeten en slaapt. Hij doet ons niets.’ ‘Leeuw, ik zie geen leeuw.’ Nog geen minuut later onder een boom … een enorme en slapende leeuw. ‘Zachtjes, Jafari, er is een leeuw.’ Op hun tenen sluipen ze erlangs.

Als ze uit de buurt zijn. ‘Blinde man, hoe wist je dat er een leeuw was?’ ‘Omdat ik zie met mijn oren.’ Vijf minuten later: ‘Mongo, hier vlakbij is een reusachtige olifant, een mannetje, maar het is o.k. Hij zal ons niets doen!’ Mongo wordt er stil van. Hij ziet niets. Nou ja, even later wel. Daar, bij de rivier, een reusachtige olifant. (kijken) En ja, het is een mannetje.’ ‘Maar hoe wist je van die olifant, blinde man?’ ‘Omdat ik zie met mijn oren.’ ‘Ik niet, Jafari.’ Na verloop van tijd bereiken ze een open plek. ‘Laten we hier wat strikken zetten. Dan kijken we morgen of er wat in zit.’ Ze zetten hun vallen en gaan terug naar het dorp.

De volgende ochtend wandelen ze meteen naar de open plek. En Mongo kan het niet geloven. Hij is heel verbaasd, want deze keer loopt Jafari voorop. ‘Hoe is dat mogelijk?’
Hij houdt de hand van de jager niet meer vast! Zonder aarzeling volgt hij het pad dat door het bos kronkelt. Bij de open plek ziet Mongo direct dat er vogels in de vallen zitten. In zijn val zit een miezerig klein grijs vogeltje. In de val van Jafari een prachtige vogel met rode, groene en gouden veren. Begerig kijkt hij naar de vogel van de blinde man en ziet zich staan op de markt in de stad. Een koopman betaalt aan hem een hoge prijs. Maar zover is het nog niet. ‘Jafari, in beide vallen zit een vogel. Ik zal ze even pakken. Hij pakt het kleine miezerige vogeltje. ‘Hier, blinde man, deze zat in jouw val. Alsjeblieft.’ Mongo pakt de mooie vogel met zijn prachtige veren en maakt hem vast aan zijn eigen riem. Weer ziet hij de marktkoopman voor zich. Geld! ‘Kom, we gaan terug naar het dorp.’

Na een paar minuten stopt Mongo. ‘Hé, Jafari, ik wil iets weten. Als jij zo slim bent en ziet met je oren. Hoe komt het toch dat er zoveel haat, zoveel oorlog, zoveel geweld en zoveel ruzie is in de wereld?’ ‘Dat komt, omdat er vele mensen zijn zoals jij die nemen wat niet van hen is.’ Mongo schrikt en slikt. Hij schaamt zich …… ‘Jafari, het spijt me.’ Mongo maakt de prachtige vogel los en legt ‘m in de handen van de blinde man. Zelf neemt hij het kleine vogeltje. Lange tijd lopen ze zwijgend verder. ‘Jafari, ik zal je nooit meer blinde man noemen.’  …… ‘Jafari, vertel me eens. Hoe komt het dan dat er ook zoveel vriendelijkheid, vrijgevigheid en mededogen is in de wereld?’ ‘Dat komt, Mongo, omdat de wereld vol is met mensen zoals jij die leren van hun fouten.’

 

Verhaal vertelt door Hans van Woerkom - vertelcoach, storryteller en schrijver

 

Hier ook de link naar de podcast die Hans met Henny Aben opnam

https://app.springcast.fm/episode/interview-met-coach-henny-aben-2/

 

 

Close

50% compleet

Wil jij ook direct de nieuwe reeks podcast beluisteren:

Op Verhaal komen met Rik Felderhof en Henny Aben

Laat hier jouw e-mail adres achter